De of het niet-katholiek?

Het juiste lidwoord is:

de niet-katholiek

  • Meervoud: de niet-katholieken
Betekenis (religie) persoon die niet lid is van een katholieke kerk

Zo gebruik je niet-katholiek

Met lidwoordde niet-katholiek
Dit of dezedeze niet-katholiek
Dat of diedie niet-katholiek
Ons of onzeonze niet-katholiek
Jouwjouw niet-katholiek
Elk of elkeelke niet-katholiek
Welk of welkewelke niet-katholiek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote niet-katholiek, de grote niet-katholiek
Meervoudde niet-katholieken, deze niet-katholieken

Voorbeeldzinnen met niet-katholiek

  • Met zijn diep doorleefde soberheid, dienstbaarheid en medemenselijkheid was paus Franciscus een voorbeeld voor zeer velen, ook voor niet-katholieken."

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).