De of het netrechter?

Het juiste lidwoord is:

de netrechter

  • Meervoud: de netrechters
Betekenis (tennis) arbiter die beoordeelt of de bal na een service het net heeft geraakt Vanaf het eind van de 20e eeuw geleidelijk vervangen door elektronische waarneming.

Zo gebruik je netrechter

Met lidwoordde netrechter
Dit of dezedeze netrechter
Dat of diedie netrechter
Ons of onzeonze netrechter
Jouwjouw netrechter
Elk of elkeelke netrechter
Welk of welkewelke netrechter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote netrechter, de grote netrechter
Meervoudde netrechters, deze netrechters

Voorbeeldzinnen met netrechter

  • Alleen over zijn forehand was Krajicek nog niet te spreken, al zal de netrechter op baan 10 daar gisteren anders over hebben gedacht.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).