De of het neringdoender?

Het juiste lidwoord is:

de neringdoender

  • Meervoud: de neringdoenders
Betekenis (beroep) iemand die een winkel heeft

Zo gebruik je neringdoender

Met lidwoordde neringdoender
Dit of dezedeze neringdoender
Dat of diedie neringdoender
Ons of onzeonze neringdoender
Jouwjouw neringdoender
Elk of elkeelke neringdoender
Welk of welkewelke neringdoender?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote neringdoender, de grote neringdoender
Meervoudde neringdoenders, deze neringdoenders

Voorbeeldzinnen met neringdoender

  • De Spaansche fierheid kwam voortdurig in botsing met den burgertrots van den neringdoender. Deze laatste wilde geenszins als een mindere van den oorlogsman aanzien worden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).