De of het nazarener?

Het juiste lidwoord is:

de nazarener

  • Meervoud: de nazareners
Betekenis (Jiddisch-Hebreeuws) lid van eerste christengemeenten

Zo gebruik je nazarener

Met lidwoordde nazarener
Dit of dezedeze nazarener
Dat of diedie nazarener
Ons of onzeonze nazarener
Jouwjouw nazarener
Elk of elkeelke nazarener
Welk of welkewelke nazarener?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote nazarener, de grote nazarener
Meervoudde nazareners, deze nazareners

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).