De of het natuurreis?

Het juiste lidwoord is:

de natuurreis

  • Meervoud: de natuurreizen
Betekenis reis die men maakt om de natuur te bestuderen en om van van de natuur te genieten

Zo gebruik je natuurreis

Met lidwoordde natuurreis
Dit of dezedeze natuurreis
Dat of diedie natuurreis
Ons of onzeonze natuurreis
Jouwjouw natuurreis
Elk of elkeelke natuurreis
Welk of welkewelke natuurreis?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote natuurreis, de grote natuurreis
Meervoudde natuurreizen, deze natuurreizen

Voorbeeldzinnen met natuurreis

  • Het zou wellicht ook heel gezond kunnen zijn om preventief elk jaar een lang weekend of week een stuk te gaan lopen om een burn-out te voorkomen.
  • De natuurreis wordt georganiseerd om ‘beleving’ als een extra dimensie toe te voegen aan de krant en de website.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).