De of het natuurplan?

Het juiste lidwoord is:

het natuurplan

  • Meervoud: de natuurplannen
  • Verkleinwoord: het natuurplannetje
Betekenis geheel van voorgenomen acties om het bestaan van planten en dieren in het wild te bevorderen

Zo gebruik je natuurplan

Met lidwoordhet natuurplan
Dit of dezedit natuurplan
Dat of diedat natuurplan
Ons of onzeons natuurplan
Jouwjouw natuurplan
Elk of elkeelk natuurplan
Welk of welkewelk natuurplan?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot natuurplan, het grote natuurplan
Meervoudde natuurplannen, deze natuurplannen

Voorbeeldzinnen met natuurplan

  • Binnen vijf jaar kunnen natuurliefhebbers op safari in de Oostvaardersplassen. (…) Dat staat in een natuurplan dat het bedrijf Innovatienetwerk heeft ontwikkeld.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).