De of het natuurgewrocht?

Het juiste lidwoord is:

het natuurgewrocht

  • Meervoud: de natuurgewrochten
  • Verkleinwoord: het natuurgewrochtje
Betekenis voortbrengsel van de natuur

Zo gebruik je natuurgewrocht

Met lidwoordhet natuurgewrocht
Dit of dezedit natuurgewrocht
Dat of diedat natuurgewrocht
Ons of onzeons natuurgewrocht
Jouwjouw natuurgewrocht
Elk of elkeelk natuurgewrocht
Welk of welkewelk natuurgewrocht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot natuurgewrocht, het grote natuurgewrocht
Meervoudde natuurgewrochten, deze natuurgewrochten

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).