De of het natuurfenomeen?

Het juiste lidwoord is:

het natuurfenomeen

  • Meervoud: de natuurfenomenen
Betekenis een opvallend verschijnsel dat zijn oorsprong vindt in de natuur

Zo gebruik je natuurfenomeen

Met lidwoordhet natuurfenomeen
Dit of dezedit natuurfenomeen
Dat of diedat natuurfenomeen
Ons of onzeons natuurfenomeen
Jouwjouw natuurfenomeen
Elk of elkeelk natuurfenomeen
Welk of welkewelk natuurfenomeen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot natuurfenomeen, het grote natuurfenomeen
Meervoudde natuurfenomenen, deze natuurfenomenen

Voorbeeldzinnen met natuurfenomeen

  • Onder meer op Terschelling was het natuurfenomeen te zien.
  • Een opmerkelijk natuurfenomeen in het Belgische Geel: een oehoe en haar drie jongen wonen daar op het balkon van de Nederlander Jos Baart.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).