De of het najaarskleding?

Het juiste lidwoord is:

de najaarskleding

Regel Woorden op -ing: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis de kleren die specifiek worden gedragen in de overgangsperiode tussen zomer en winter.

Zo gebruik je najaarskleding

Met lidwoordde najaarskleding
Dit of dezedeze najaarskleding
Dat of diedie najaarskleding
Ons of onzeonze najaarskleding
Jouwjouw najaarskleding
Elk of elkeelke najaarskleding
Welk of welkewelke najaarskleding?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote najaarskleding, de grote najaarskleding

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).