De of het nagelbijter?

Het juiste lidwoord is:

de nagelbijter

  • Meervoud: de nagelbijters
  • Verkleinwoord: het nagelbijtertje
Betekenis 1. zenuwachtig persoon die veel op zijn of haar nagels bijt 2. iets dat zo spannend is dat het nagelbijten veroorzaakt

Zo gebruik je nagelbijter

Met lidwoordde nagelbijter
Dit of dezedeze nagelbijter
Dat of diedie nagelbijter
Ons of onzeonze nagelbijter
Jouwjouw nagelbijter
Elk of elkeelke nagelbijter
Welk of welkewelke nagelbijter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote nagelbijter, de grote nagelbijter
Meervoudde nagelbijters, deze nagelbijters

Voorbeeldzinnen met nagelbijter

  • Eerder op de dag behaalde De Sousa voor het eerst in zijn carrière de halve finales van een PDC-major door Smith na een ware nagelbijter met 16-14 te verslaan.
  • Lijsttrekkersverkiezing CDA wordt nagelbijter: Mona Keijzer is vandaag afgevallen, zodat alleen Hugo de Jonge en Pieter Omtzigt nog in de race zijn. Bij de partijtop nemen de zenuwen ondertussen toe.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).