De of het naber?

Het juiste lidwoord is:

de naber

  • Meervoud: de nabers
Betekenis (beroep) nabuur

Zo gebruik je naber

Met lidwoordde naber
Dit of dezedeze naber
Dat of diedie naber
Ons of onzeonze naber
Jouwjouw naber
Elk of elkeelke naber
Welk of welkewelke naber?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote naber, de grote naber
Meervoudde nabers, deze nabers

Woorden die eindigen op naber

cinnaber

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met naber

nabericht

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).