De of het monteerder?

Het juiste lidwoord is:

de monteerder

  • Meervoud: de monteerders
Betekenis (beroep) deskundige die machines, apparaten, leidingen en dergelijke in elkaar zet of herstelt

Zo gebruik je monteerder

Met lidwoordde monteerder
Dit of dezedeze monteerder
Dat of diedie monteerder
Ons of onzeonze monteerder
Jouwjouw monteerder
Elk of elkeelke monteerder
Welk of welkewelke monteerder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote monteerder, de grote monteerder
Meervoudde monteerders, deze monteerders

Voorbeeldzinnen met monteerder

  • De bereiders, de stokers en de monteerders verdienen 15 tot 20 frank naargelang hun bekwaamheid en hun leeftijd. De scheerders werken gewoonlijk per stuk en verdienen 16 tot 22 frank.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).