De of het minnehandel?

Het juiste lidwoord is:

de minnehandel

Betekenis handelingen tussen twee geliefden

Zo gebruik je minnehandel

Met lidwoordde minnehandel
Dit of dezedeze minnehandel
Dat of diedie minnehandel
Ons of onzeonze minnehandel
Jouwjouw minnehandel
Elk of elkeelke minnehandel
Welk of welkewelke minnehandel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote minnehandel, de grote minnehandel

Voorbeeldzinnen met minnehandel

  • Zelfs in de studentenalmanakken uit de tijd van Piet Paaltjens - dus na 1850 -kan men nog toespelingen op dit gebeuren aantreffen, al schijnt een reusachtige 'kandelaber' …
  • Maar de dansles of het feestje leerde, en leert nog steeds, dat de minnehandel door de eeuwen heen volgens eenzelfde stramien wordt gevoerd.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).