De of het ministersploeg?

Het juiste lidwoord is:

de ministersploeg

  • Meervoud: de ministersploegen
  • Verkleinwoord: het ministersploegje
Betekenis groep bewindslieden die samen de ministerraad vormt

Zo gebruik je ministersploeg

Met lidwoordde ministersploeg
Dit of dezedeze ministersploeg
Dat of diedie ministersploeg
Ons of onzeonze ministersploeg
Jouwjouw ministersploeg
Elk of elkeelke ministersploeg
Welk of welkewelke ministersploeg?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote ministersploeg, de grote ministersploeg
Meervoudde ministersploegen, deze ministersploegen

Voorbeeldzinnen met ministersploeg

  • Luttele weken voor de presentatie van de ministersploeg van het kabinet Rutte IV staan de drie grootste coalitiepartijen op verlies in de Peilingwijzer ten opzichte van de verkiezingen in maart.
  • Rutte op zoek naar ministersploeg: ministers voor Stikstof en Volkshuisvesting

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).