De of het midzomerdag?

Het juiste lidwoord is:

de midzomerdag

Betekenis 21 juni op het noordelijk halfrond

Zo gebruik je midzomerdag

Met lidwoordde midzomerdag
Dit of dezedeze midzomerdag
Dat of diedie midzomerdag
Ons of onzeonze midzomerdag
Jouwjouw midzomerdag
Elk of elkeelke midzomerdag
Welk of welkewelke midzomerdag?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote midzomerdag, de grote midzomerdag

Voorbeeldzinnen met midzomerdag

  • Hij moest de komende weken minstens tien uur per dag schrijven om met midzomerdag klaar te zijn.
  • Hij moest zijn rechtenstudie afmaken en tegelijkertijd voor midzomerdag zijn romanopzet afhebben.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).