De of het merkkleren?

Het juiste lidwoord is:

de merkkleren

  • Meervoud: de merkkleren
Betekenis (kleding) kleding van een goed (duur) merk

Zo gebruik je merkkleren

Met lidwoordde merkkleren
Dit of dezedeze merkkleren
Dat of diedie merkkleren
Ons of onzeonze merkkleren
Jouwjouw merkkleren
Elk of elkeelke merkkleren
Welk of welkewelke merkkleren?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote merkkleren, de grote merkkleren
Meervoudde merkkleren, deze merkkleren

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).