De of het meloenboor?

Het juiste lidwoord is:

de meloenboor

  • Meervoud: de meloenboren
  • Verkleinwoord: het meloenboortje

Zo gebruik je meloenboor

Met lidwoordde meloenboor
Dit of dezedeze meloenboor
Dat of diedie meloenboor
Ons of onzeonze meloenboor
Jouwjouw meloenboor
Elk of elkeelke meloenboor
Welk of welkewelke meloenboor?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote meloenboor, de grote meloenboor
Meervoudde meloenboren, deze meloenboren

Meervoud, verkleinwoord en vertaling: WikiWoordenboek, licentie CC BY-SA 4.0.