De of het matrikel?

Het juiste lidwoord is:

het matrikel

  • Meervoud: de matrikels
Betekenis register van inschrijvingen; lijst met namen

Zo gebruik je matrikel

Met lidwoordhet matrikel
Dit of dezedit matrikel
Dat of diedat matrikel
Ons of onzeons matrikel
Jouwjouw matrikel
Elk of elkeelk matrikel
Welk of welkewelk matrikel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot matrikel, het grote matrikel
Meervoudde matrikels, deze matrikels

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).