De of het marlsteek?

Het juiste lidwoord is:

de marlsteek

  • Meervoud: de marlsteken
Betekenis (scheepvaart) soort knoop die men gebruikt voor het ophangen van zakken, het aanrijgen van vlaggelijnen en het aanrijgen van zeilen

Zo gebruik je marlsteek

Met lidwoordde marlsteek
Dit of dezedeze marlsteek
Dat of diedie marlsteek
Ons of onzeonze marlsteek
Jouwjouw marlsteek
Elk of elkeelke marlsteek
Welk of welkewelke marlsteek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote marlsteek, de grote marlsteek
Meervoudde marlsteken, deze marlsteken

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).