De of het marbel?

Het juiste lidwoord is:

de marbel

  • Meervoud: de marbels
Betekenis 1. (speelgoed) balletje van hard materiaal, gebruikt door kinderen om ermee te knikkeren 2. (materiaalkunde, verouderd) fijnkorrelige getransformeerde kalksteen dat gepolijst gebruikt wordt in de bouw- en de beeldhouwkunst

Zo gebruik je marbel

Met lidwoordde marbel
Dit of dezedeze marbel
Dat of diedie marbel
Ons of onzeonze marbel
Jouwjouw marbel
Elk of elkeelke marbel
Welk of welkewelke marbel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote marbel, de grote marbel
Meervoudde marbels, deze marbels

Voorbeeldzinnen met marbel

  • Haar ogen deden hem aan knikkers denken, groene marbels, met een zwarte pit die heen en weer flitste; en ze stond wankel, verplaatste haar gewicht van een voet op de andere.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).