De of het manteluur?

Het juiste lidwoord is:

het manteluur

  • Meervoud: de manteluren
Betekenis tijd die iemand vrijgesteld wordt van zijn werk om mantelzorg te leveren

Zo gebruik je manteluur

Met lidwoordhet manteluur
Dit of dezedit manteluur
Dat of diedat manteluur
Ons of onzeons manteluur
Jouwjouw manteluur
Elk of elkeelk manteluur
Welk of welkewelk manteluur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot manteluur, het grote manteluur
Meervoudde manteluren, deze manteluren

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).