De of het mandatering?

Het juiste lidwoord is:

de mandatering

Regel Woorden op -ing: bijna altijd de. Bekijk de regel

Zo gebruik je mandatering

Met lidwoordde mandatering
Dit of dezedeze mandatering
Dat of diedie mandatering
Ons of onzeonze mandatering
Jouwjouw mandatering
Elk of elkeelke mandatering
Welk of welkewelke mandatering?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote mandatering, de grote mandatering