De of het majo?

Het juiste lidwoord is:

de majo

  • Meervoud: de majo's
Betekenis 1. (huishouden, geschiedenis) (Nederland) noodkacheltje waarop in de Hongerwinter toch gekookt kon worden omdat het kon branden op klein gemaakte stukjes hout … 2. (geschiedenis) (Spanje, vooral 19e eeuw) benaming voor een jongeman uit de volksklasse die zich stoer gedraagt en veel aandacht besteed aan kleding en uiterlijk

Zo gebruik je majo

Met lidwoordde majo
Dit of dezedeze majo
Dat of diedie majo
Ons of onzeonze majo
Jouwjouw majo
Elk of elkeelke majo
Welk of welkewelke majo?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote majo, de grote majo
Meervoudde majo's, deze majo's

Voorbeeldzinnen met majo

  • Leiden is een niet al te grote stad; het UVS-terrein is dank zij de hongerwinter zijn overdekte tribune kwijt geraakt ("in de majo, meneer") (…)
  • Hij zelf was pachter van rijke weidegronden op de eilanden gelegen in den mond der Guadalquivir …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).