De of het maïsteelt?

Het juiste lidwoord is:

de maïsteelt

  • Meervoud: de maïsteelten
Betekenis (landbouw) verbouw van maisplanten

Zo gebruik je maïsteelt

Met lidwoordde maïsteelt
Dit of dezedeze maïsteelt
Dat of diedie maïsteelt
Ons of onzeonze maïsteelt
Jouwjouw maïsteelt
Elk of elkeelke maïsteelt
Welk of welkewelke maïsteelt?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote maïsteelt, de grote maïsteelt
Meervoudde maïsteelten, deze maïsteelten

Voorbeeldzinnen met maïsteelt

  • In natte en koude gebieden, zoals geconstateerd bij tarweteelten in Finland en maïsteelten in Polen, vallen de voordelen van niet ploegen vooralsnog tegen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).