De of het maïskip?

Het juiste lidwoord is:

de maïskip

  • Meervoud: de maïskippen
  • Verkleinwoord: het maïskippetje
Betekenis 1. (landbouw) kip waaraan veel mais en vaak ook kleurstof is gevoerd 2. (voeding) geel getint vlees van kippen waaraan veel mais en vaak ook kleurstof is gevoerd

Zo gebruik je maïskip

Met lidwoordde maïskip
Dit of dezedeze maïskip
Dat of diedie maïskip
Ons of onzeonze maïskip
Jouwjouw maïskip
Elk of elkeelke maïskip
Welk of welkewelke maïskip?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote maïskip, de grote maïskip
Meervoudde maïskippen, deze maïskippen

Voorbeeldzinnen met maïskip

  • Neem een mooie dubbele filet, liefst van een maïskip.
  • Vraag uw leverancier een flinke braadkip (liefst een zg. boerekip of een „maiskip") in acht stukken te verdelen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).