De of het lummelbout?

Het juiste lidwoord is:

de lummelbout

  • Meervoud: de lummelbouten
  • Verkleinwoord: het lummelboutje
Betekenis 1. (straattaal) het mannelijk lid 2. deel van een zeilboot

Zo gebruik je lummelbout

Met lidwoordde lummelbout
Dit of dezedeze lummelbout
Dat of diedie lummelbout
Ons of onzeonze lummelbout
Jouwjouw lummelbout
Elk of elkeelke lummelbout
Welk of welkewelke lummelbout?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote lummelbout, de grote lummelbout
Meervoudde lummelbouten, deze lummelbouten

Voorbeeldzinnen met lummelbout

  • Toen ik bij Van Alphen kwam, meende ik dat ik met het woord lummelbout in elk geval een duit in het jargonzakje kon doen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).