De of het logeeradres?

Het juiste lidwoord is:

het logeeradres

  • Meervoud: de logeeradressen
  • Verkleinwoord: het logeeradresje
Betekenis plaats waar men als gast de nacht kan doorbrengen

Zo gebruik je logeeradres

Met lidwoordhet logeeradres
Dit of dezedit logeeradres
Dat of diedat logeeradres
Ons of onzeons logeeradres
Jouwjouw logeeradres
Elk of elkeelk logeeradres
Welk of welkewelk logeeradres?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot logeeradres, het grote logeeradres
Meervoudde logeeradressen, deze logeeradressen

Voorbeeldzinnen met logeeradres

  • Hebt u een logeeradres?'`Ja.
  • Het team wil zo snel mogelijk op het vliegtuig stappen, maar er moeten nog praktische zaken worden geregeld, zoals visumverplichtingen en een logeeradres in Paramaribo.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).