De of het lichaamscel?

Het juiste lidwoord is:

de lichaamscel

  • Meervoud: de lichaamscellen
Betekenis (biologie) een van de cellen van een organisme die geen geslachtscellen of de voorlopers daarvan zijn

Zo gebruik je lichaamscel

Met lidwoordde lichaamscel
Dit of dezedeze lichaamscel
Dat of diedie lichaamscel
Ons of onzeonze lichaamscel
Jouwjouw lichaamscel
Elk of elkeelke lichaamscel
Welk of welkewelke lichaamscel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote lichaamscel, de grote lichaamscel
Meervoudde lichaamscellen, deze lichaamscellen

Voorbeeldzinnen met lichaamscel

  • Merkwaardig dat hij zich er nooit ook maar in het minst bewust van was geweest, van die door zijn organisme soeverein genomen beslissing om zijn zucht naar alcohol slechts eens per jaar te verzadigen …
  • Eén gen, het Niemann-Pick C1-gen (NPC1) speelt een sleutelrol bij de vermenigvuldiging van het virus. Door dat gen uit te schakelen is de vermenigvuldiging van ebola in een lichaamscel te stoppen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).