De of het lesbus?

Het juiste lidwoord is:

de lesbus

  • Meervoud: de lesbussen
  • Verkleinwoord: het lesbusje
Betekenis 1. een autobus waarin men leert rijden met een autobus 2. een autobus waarin men lesgeeft

Zo gebruik je lesbus

Met lidwoordde lesbus
Dit of dezedeze lesbus
Dat of diedie lesbus
Ons of onzeonze lesbus
Jouwjouw lesbus
Elk of elkeelke lesbus
Welk of welkewelke lesbus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote lesbus, de grote lesbus
Meervoudde lesbussen, deze lesbussen

Voorbeeldzinnen met lesbus

  • Een stadsbus botste donderdagmiddag, om kwart over 5 op de Diepenhorstlaan op een lesbus.
  • Lesbus gaat vluchtelingenkampen af: 1 miljoen kinderen zijn door de oorlog in Syrië naar buurlanden gevlucht, waaronder Libanon.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).