De of het leerder?

Het juiste lidwoord is:

de leerder

  • Meervoud: de leerders
Betekenis iemand die leert

Zo gebruik je leerder

Met lidwoordde leerder
Dit of dezedeze leerder
Dat of diedie leerder
Ons of onzeonze leerder
Jouwjouw leerder
Elk of elkeelke leerder
Welk of welkewelke leerder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote leerder, de grote leerder
Meervoudde leerders, deze leerders

Woorden die eindigen op leerder

ciseleerder | jongleerder | fileerder

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met leerder

leerderswoordenboek

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).