De of het jongleerder?

Het juiste lidwoord is:

de jongleerder

  • Meervoud: de jongleerders
  • Verkleinwoord: het jongleerdertje
Betekenis (cultuur, beroep) de artiest die zo veel mogelijk objecten weet op te gooien en weer weet op te vangen, zonder dat er een op de grond terecht komt (die jongleert)

Zo gebruik je jongleerder

Met lidwoordde jongleerder
Dit of dezedeze jongleerder
Dat of diedie jongleerder
Ons of onzeonze jongleerder
Jouwjouw jongleerder
Elk of elkeelke jongleerder
Welk of welkewelke jongleerder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote jongleerder, de grote jongleerder
Meervoudde jongleerders, deze jongleerders

Voorbeeldzinnen met jongleerder

  • Wat die jongleerder doet moet je jong leren, anders lukt het je nooit.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).