De of het leeneed?

Het juiste lidwoord is:

de leeneed

  • Meervoud: de leeneden
Betekenis (leenstelsel) eed van trouw die een vazal aflegt aan zijn leenheer

Zo gebruik je leeneed

Met lidwoordde leeneed
Dit of dezedeze leeneed
Dat of diedie leeneed
Ons of onzeonze leeneed
Jouwjouw leeneed
Elk of elkeelke leeneed
Welk of welkewelke leeneed?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote leeneed, de grote leeneed
Meervoudde leeneden, deze leeneden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).