De of het leenangst?

Het juiste lidwoord is:

de leenangst

Betekenis (economie) angst om geld te lenen; angst om schulden aan te gaan

Zo gebruik je leenangst

Met lidwoordde leenangst
Dit of dezedeze leenangst
Dat of diedie leenangst
Ons of onzeonze leenangst
Jouwjouw leenangst
Elk of elkeelke leenangst
Welk of welkewelke leenangst?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote leenangst, de grote leenangst

Voorbeeldzinnen met leenangst

  • Volgens Van den Brink hebben veel scholieren last van keuzestress, leenangst en perfectiedruk.
  • Uit onderzoeken blijkt dat kinderen uit bijvoorbeeld bijstandsgezinnen of met lager opgeleide ouders een grotere leenangst hebben dan anderen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).