De of het lauden?

Het juiste lidwoord is:

de lauden

  • Meervoud: de lauden
Betekenis (religie) tweede getijde van de dag waar weer de nodige gebeden dienen te worden gehouden

Zo gebruik je lauden

Met lidwoordde lauden
Dit of dezedeze lauden
Dat of diedie lauden
Ons of onzeonze lauden
Jouwjouw lauden
Elk of elkeelke lauden
Welk of welkewelke lauden?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote lauden, de grote lauden
Meervoudde lauden, deze lauden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).