De of het lapper?

Het juiste lidwoord is:

de lapper

  • Meervoud: de lappers
Betekenis 1. (beroep) persoon die schoenen repareert; iemand die ketels repareert 2. dronkaard, knoeier

Zo gebruik je lapper

Met lidwoordde lapper
Dit of dezedeze lapper
Dat of diedie lapper
Ons of onzeonze lapper
Jouwjouw lapper
Elk of elkeelke lapper
Welk of welkewelke lapper?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote lapper, de grote lapper
Meervoudde lappers, deze lappers

Voorbeeldzinnen met lapper

  • Bij het kerkgangetje Zondagsmorgens, want Jaap ging 's middags, 'binnen-door' reeds mee naar de middagkerk, wanneer om kwart-over-negenen de reek de straat uitkwam …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).