De of het lantaarnopsteker?

Het juiste lidwoord is:

de lantaarnopsteker

  • Meervoud: de lantaarnopstekers
Betekenis 1. (beroep, verouderd) persoon die straatlantarens aansteekt 2. iets waarmee men straatlantarens kan aansteken

Zo gebruik je lantaarnopsteker

Met lidwoordde lantaarnopsteker
Dit of dezedeze lantaarnopsteker
Dat of diedie lantaarnopsteker
Ons of onzeonze lantaarnopsteker
Jouwjouw lantaarnopsteker
Elk of elkeelke lantaarnopsteker
Welk of welkewelke lantaarnopsteker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote lantaarnopsteker, de grote lantaarnopsteker
Meervoudde lantaarnopstekers, deze lantaarnopstekers

Voorbeeldzinnen met lantaarnopsteker

  • Er kwam een lantaarnopsteker aan, want telkens pifte een lichtje op in de lange rij lantaarns voor hem.
  • Dit klusje was vroeger voor de lantaarnopsteker.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).