De of het landjuffer?

Het juiste lidwoord is:

de landjuffer

  • Meervoud: de landjuffers
Betekenis 1. (netvleugeligen, verouderd) benaming voor Chrysopa perla 2. (persoon) vooraanstaande of welvarende ongehuwde bewoonster van het platteland

Zo gebruik je landjuffer

Met lidwoordde landjuffer
Dit of dezedeze landjuffer
Dat of diedie landjuffer
Ons of onzeonze landjuffer
Jouwjouw landjuffer
Elk of elkeelke landjuffer
Welk of welkewelke landjuffer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote landjuffer, de grote landjuffer
Meervoudde landjuffers, deze landjuffers

Voorbeeldzinnen met landjuffer

  • Deze vorm is de larf van een schoon vliegje, dat men landjuffer of parelvlieg noemt (Hermerobius perla).
  • Rosemond wordt aangeduid als landjuffer; de overige leden van het gezelschap zijn naar evenredigheid juffers en jonkers.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).