De of het laklaars?

Het juiste lidwoord is:

de laklaars

  • Meervoud: de laklaarzen
  • Verkleinwoord: het laklaarsje
Betekenis (schoeisel) glimmende, gelakte laars

Zo gebruik je laklaars

Met lidwoordde laklaars
Dit of dezedeze laklaars
Dat of diedie laklaars
Ons of onzeonze laklaars
Jouwjouw laklaars
Elk of elkeelke laklaars
Welk of welkewelke laklaars?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote laklaars, de grote laklaars
Meervoudde laklaarzen, deze laklaarzen

Voorbeeldzinnen met laklaars

  • Ze liep tegen de vijftig, was mollig en droeg een geruite rok en rode laklaarsjes.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).