De of het laarzenmaker?

Het juiste lidwoord is:

de laarzenmaker

  • Meervoud: de laarzenmakers
  • Verkleinwoord: het laarzenmakertje
Betekenis (beroep) schoenmaker die laarzen maakt en repareert

Zo gebruik je laarzenmaker

Met lidwoordde laarzenmaker
Dit of dezedeze laarzenmaker
Dat of diedie laarzenmaker
Ons of onzeonze laarzenmaker
Jouwjouw laarzenmaker
Elk of elkeelke laarzenmaker
Welk of welkewelke laarzenmaker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote laarzenmaker, de grote laarzenmaker
Meervoudde laarzenmakers, deze laarzenmakers

Voorbeeldzinnen met laarzenmaker

  • Op de hoek van de Marosejka, tegenover een groot huis met gesloten luiken en het uithangbord van een laarzenmaker, stonden zo'n twintig laarzenmakers …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).