De of het krijgsmakker?

Het juiste lidwoord is:

de krijgsmakker

  • Meervoud: de krijgsmakkers
  • Verkleinwoord: het krijgsmakkertje
Betekenis (militair) vriend die men kent uit de militaire dienst

Zo gebruik je krijgsmakker

Met lidwoordde krijgsmakker
Dit of dezedeze krijgsmakker
Dat of diedie krijgsmakker
Ons of onzeonze krijgsmakker
Jouwjouw krijgsmakker
Elk of elkeelke krijgsmakker
Welk of welkewelke krijgsmakker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote krijgsmakker, de grote krijgsmakker
Meervoudde krijgsmakkers, deze krijgsmakkers

Voorbeeldzinnen met krijgsmakker

  • De gasten - graaf Rastoptsjin, vorst Lopoechin met zijn neef, generaal Tsjatrov, een oude krijgsmakker van de vorst …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).