De of het kosthuis?

Het juiste lidwoord is:

het kosthuis

  • Meervoud: de kosthuizen
  • Verkleinwoord: het kosthuisje
Betekenis het huis waar men eet en slaapt

Zo gebruik je kosthuis

Met lidwoordhet kosthuis
Dit of dezedit kosthuis
Dat of diedat kosthuis
Ons of onzeons kosthuis
Jouwjouw kosthuis
Elk of elkeelk kosthuis
Welk of welkewelk kosthuis?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot kosthuis, het grote kosthuis
Meervoudde kosthuizen, deze kosthuizen

Voorbeeldzinnen met kosthuis

  • Er is een kosthuis voor mannen, en een hele eind daarvandaan, voor vrouwen.
  • „En een goed kosthuis, dat helpt ook.”

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).