De of het kortgeschoolde?

Het juiste lidwoord is:

de kortgeschoolde

  • Meervoud: de kortgeschoolden
Betekenis iemand die wel de basisschool heeft gedaan, maar daarna niet een diploma van het secundair onderwijs (middelbare school) gehaald heeft

Zo gebruik je kortgeschoolde

Met lidwoordde kortgeschoolde
Dit of dezedeze kortgeschoolde
Dat of diedie kortgeschoolde
Ons of onzeonze kortgeschoolde
Jouwjouw kortgeschoolde
Elk of elkeelke kortgeschoolde
Welk of welkewelke kortgeschoolde?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kortgeschoolde, de grote kortgeschoolde
Meervoudde kortgeschoolden, deze kortgeschoolden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).