De of het koophuur?

Het juiste lidwoord is:

de koophuur

  • Meervoud: de koophuren
  • Verkleinwoord: het koophuurtje
Betekenis overeenkomst waarbij iemand het casco van een woonhuis huurt, maar de aankleding en inrichting ervan (niet-dragende muren, installaties, keuken, badkamer) zelf koopt

Zo gebruik je koophuur

Met lidwoordde koophuur
Dit of dezedeze koophuur
Dat of diedie koophuur
Ons of onzeonze koophuur
Jouwjouw koophuur
Elk of elkeelke koophuur
Welk of welkewelke koophuur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote koophuur, de grote koophuur
Meervoudde koophuren, deze koophuren

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).