De of het kondschapper?

Het juiste lidwoord is:

de kondschapper

  • Meervoud: de kondschappers
  • Verkleinwoord: het kondschappertje
Betekenis boodschapper, verkondiger

Zo gebruik je kondschapper

Met lidwoordde kondschapper
Dit of dezedeze kondschapper
Dat of diedie kondschapper
Ons of onzeonze kondschapper
Jouwjouw kondschapper
Elk of elkeelke kondschapper
Welk of welkewelke kondschapper?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kondschapper, de grote kondschapper
Meervoudde kondschappers, deze kondschappers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).