De of het knutseluur?

Het juiste lidwoord is:

het knutseluur

  • Meervoud: de knutseluren
  • Verkleinwoord: het knutseluurtje
Betekenis (onderwijs) een lesuur dat kinderen kunnen knutselen

Zo gebruik je knutseluur

Met lidwoordhet knutseluur
Dit of dezedit knutseluur
Dat of diedat knutseluur
Ons of onzeons knutseluur
Jouwjouw knutseluur
Elk of elkeelk knutseluur
Welk of welkewelk knutseluur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot knutseluur, het grote knutseluur
Meervoudde knutseluren, deze knutseluren

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).