De of het kluppel?

Het juiste lidwoord is:

de kluppel

  • Meervoud: de kluppels
  • Verkleinwoord: het kluppeltje
Betekenis 1. kort dik stuk hout 2. lomp onhandig persoon

Zo gebruik je kluppel

Met lidwoordde kluppel
Dit of dezedeze kluppel
Dat of diedie kluppel
Ons of onzeonze kluppel
Jouwjouw kluppel
Elk of elkeelke kluppel
Welk of welkewelke kluppel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kluppel, de grote kluppel
Meervoudde kluppels, deze kluppels

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).