De of het kloktijd?

Het juiste lidwoord is:

de kloktijd

  • Meervoud: de kloktijden
Betekenis officiële of wettelijke tijd

Zo gebruik je kloktijd

Met lidwoordde kloktijd
Dit of dezedeze kloktijd
Dat of diedie kloktijd
Ons of onzeonze kloktijd
Jouwjouw kloktijd
Elk of elkeelke kloktijd
Welk of welkewelke kloktijd?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kloktijd, de grote kloktijd
Meervoudde kloktijden, deze kloktijden

Voorbeeldzinnen met kloktijd

  • Het is makkelijk om te vergeten dat wij zelf de tijd hebben uitgevonden. In ieder geval de kloktijd, die bepaalt wanneer we werken, wanneer we vrij zijn, hoeveel we betaald krijgen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).