De of het kinderleger?

Het juiste lidwoord is:

het kinderleger

  • Meervoud: de kinderlegers
  • Verkleinwoord: het kinderlegertje
Betekenis leger dat voornamelijk bestaat uit kindsoldaten

Zo gebruik je kinderleger

Met lidwoordhet kinderleger
Dit of dezedit kinderleger
Dat of diedat kinderleger
Ons of onzeons kinderleger
Jouwjouw kinderleger
Elk of elkeelk kinderleger
Welk of welkewelk kinderleger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot kinderleger, het grote kinderleger
Meervoudde kinderlegers, deze kinderlegers

Voorbeeldzinnen met kinderleger

  • Nauwelijks had het kinderleger het stadje weer achter zich gelaten of de vakantiestemming keerde terug.
  • Deze geestelijke, een van de vroomste en goedhartigste mannen die ooit de Kerk gediend hebben, had van de nadering van het kinderleger gehoord.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).