De of het kinderbisschop?

Het juiste lidwoord is:

de kinderbisschop

  • Meervoud: de kinderbisschoppen
  • Verkleinwoord: het kinderbisschopje
Betekenis (religie, geschiedenis) een kind dat (in de middeleeuwen) op allerkinderendag in de kerk als bisschop fungeerde

Zo gebruik je kinderbisschop

Met lidwoordde kinderbisschop
Dit of dezedeze kinderbisschop
Dat of diedie kinderbisschop
Ons of onzeonze kinderbisschop
Jouwjouw kinderbisschop
Elk of elkeelke kinderbisschop
Welk of welkewelke kinderbisschop?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kinderbisschop, de grote kinderbisschop
Meervoudde kinderbisschoppen, deze kinderbisschoppen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).