De of het kerstweekend?

Het juiste lidwoord is:

het kerstweekend

  • Meervoud: de kerstweekenden / kerstweekends
  • Verkleinwoord: het kerstweekendje
Betekenis 1. (kerst) Kerstmis dat op een weekend valt 2. (kerst) een weekeinde dat nabij de kerstdagen ligt

Zo gebruik je kerstweekend

Met lidwoordhet kerstweekend
Dit of dezedit kerstweekend
Dat of diedat kerstweekend
Ons of onzeons kerstweekend
Jouwjouw kerstweekend
Elk of elkeelk kerstweekend
Welk of welkewelk kerstweekend?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot kerstweekend, het grote kerstweekend
Meervoudde kerstweekenden, deze kerstweekenden

Voorbeeldzinnen met kerstweekend

  • Door het kerstweekend wordt het dit jaar het jaar van de werkgever genoemd.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).